Sssst... ik verklap je mijn geheimpjes!

Sssst... ik verklap je mijn geheimpjes!
photo: own making photo's pexels.com

dinsdag 6 januari 2015

A book is a magical thing that lets you travel to far away places...



Zelf lees ik enorm graag. Ik kan echt uren verdwalen in een goed boek.
Onze kinderen zijn ook aangestoken door het leesvirus en verslinden boeken.
Zelfs onze jongste telg leest dolgraag en heel veel, ondanks het feit dat hij nog niet zo’n hoog leesniveau heeft. Dit houdt hem niet tegen om al vrij moeilijke boeken te verslinden. Ik hoor echter vaak mama’s klagen over het feit dat hun kind niet graag leest of nog een laag leesniveau heeft.
Daarom enkele bedenkingen, tips, info om kinderen te stimuleren om te lezen, in de klas en thuis.

In je klas/school  kan je kiezen voor verschillende vormen van lezen:
1.       Ralfi-lezen:Ralfi is een leesprogramma voor kinderen die het lezen grotendeels beheersen maar langdurig te traag blijven lezen. Denk aan minder dan twee AVI-niveaus per jaar. RALFI is gericht op het verhogen van het leesniveau en vloeiend lezen. Er wordt gewerkt met teksten die aansluiten bij de leeftijd van de kinderen. Meer over de leesmethode vind je via:  http://www.ralfilezen.nl/welkom

2.       Toneellezen: Toneellezen is een leuke vorm van samen lezen! Twee lezers (of meer!) nemen de rol van een personage op zich en lezen de teksten hardop voor. De lezers voeren eigenlijk samen een toneelstukje op, maar dan zonder podium, grootse gebaren of rekwisieten (maar het kan natuurlijk wel!). De teksten bestaan voornamelijk uit dialogen, zodat de lezers elkaar steeds afwisselen. Zo bevordert Toneellezen het leesplezier en het lezen met intonatie.


3.       Hardop lezen: leerlingen regelmatig opdrachten, tekstjes,… hardop laten lezen in de klas.

4.       Niveaulezen: Niveaulezen is een didactische werkvorm om het leesonderricht efficiënter te laten verlopen, met name in het basisonderwijs. Bij het niveaulezen wordt een klas ingedeeld in verschillende groepjes, naar gelang hun leesniveau. Elk groepje krijgt dan leesoefening op zijn eigen niveau, zodat de klas als geheel meer oefening krijgt, en elke leerling vaker en langer aan de beurt komt om te oefenen. Om het te kunnen organiseren doet de leerkracht beroep op 'helpers'. Dit kunnen leesmoeders zijn, maar ook de meest vaardige medeleerlingen uit de klas. Zij treden dan als tutor op voor hun zwakkere klasgenootjes. Ook leerkrachten in opleiding doen dit vaak als onderdeel van hun stage. Voor met het niveaulezen kan worden gestart, moet men het leesniveau van de leerlingen bepalen. Hiervoor wordt doorgaans gebruikgemaakt van de AVI-leestoetsen, of een andere gestandaardiseerde leesproef, waarmee de didactische leeftijd van de leerling kan worden bepaald. Bij niveaulezen dient het leesniveau van de leerlingen geregeld te worden gecontroleerd. Zo kunnen sommige leerlingen van het ene groepje naar het andere verhuizen. 

5.    Tutorlezen: een tutor- begeleidingssysteem is een systeem waarbij leerlingen elkaar systematisch en op een gestructureerde manier hulp geven. Enkel de leerlingen van de lagere klassen die een normale leesontwikkeling hebben, nemen deel aan dit tutorlezen.  Een leerling van een hogere klas helpt een leerling van een lagere klas. Eenmaal per week komen de leerlingen van het 6de leerjaar en het 5de leerjaar (=de TUTORS) helpen om de leerlingen van het 3de en 2de leerjaar individueel te begeleiden bij het lezen. Tijdens een korte introductie werden de tutors ingelicht over de begeleiding. Ze zijn nu verantwoordelijk gesteld voor hun leerling. Ze maken zelf de keuzes van de boekjes en materialen die gedurende die 50 minuten kunnen gebruikt worden. De tutors noteren dan op een blaadje wat ze in die sessie met de leerling hebben gelezen.

6.       Begrijpend lezen:  Begrijpend lezen is het vermogen geschreven teksten te begrijpen, te lezen met begrip. Begrijpend lezen is een doelgericht denkproces, waarbij drie elementen een rol spelen: de lezer, de tekst en het doel waarmee de lezer de tekst leest. De lezer geeft in interactie met de tekst betekenis aan de woorden, de zinnen en de tekst als geheel. Dit wordt ook wel ‘construeren van betekenis’ genoemd: de lezer denkt na over wat er staat, wat de schrijver wil zeggen en over de vraag wat de tekst voor hemzelf betekent. Dit betekenis gevende proces is de essentie van lezen.

7.       Uitdagende leesopdrachten:  Leestaken moeten wel gekaderd worden binnen motiverende en uitdagende opdrachten. Lezen om het lezen of om een reeks detailvragen te beantwoorden is weinig motiverend en zet leerlingen vaak niet aan tot echte informatieverwerking. Een goede leestaak moet aan een aantal voorwaarden voldoen: via een leesopdracht moet het lezen een functioneel doel krijgen; de leesopdracht moet zodoende een echte informatiebehoefte bij de leerling opwekken; functionele doelen zijn bijvoorbeeld: iets moeten maken, iets te weten komen, een probleem oplossen of een beslissing nemende opdracht is zo gekozen dat ze het lezen van de tekst en verwerken van de informatie hierin onontbeerlijk maken.

8.       Forumlezen:  Eén of meer leerlingen bereiden een tekst voor (betreffende leestechnische problemen, voordracht en inhoud). Zij gebruiken daarvoor verschillende bronnen. Zij presenteren hun tekst aan de klas en naar aanleiding van vragen die door de klas gesteld worden, ontstaat discussie.


9.       Vrij lezen: Zoals het woord zegt vrij de kans geven om te lezen wat de leerlingen zelf willen. Dit kan door regelmatig naar de bibliotheek te gaan en hier voldoende leesmaterialen van mee te brengen en in de klas te laten lezen (of thuis). Maar ook door in de klas een rijke leesomgeving te creëren die uitnodigt tot lezen. Waarom geen leeshoek of leesplaats voorzien op je speelplaats of in de ‘overdekte’ hal zodat leerlingen die graag lezen hier de kans toe krijgen.

Bron: pinterest



Welke werkvorm je kiest is afhankelijk van de leerlingen, hun leeftijd, je eigen ideeën als leerkracht over leesonderwijs en de keuzes die je als team/school maakt.

 

2 opmerkingen:

  1. Interessante tips. Wij hebben onze kinderen elke avond voorgelezen toen ze klein waren en dat vonden ze allebei erg fijn. Toch nu ze ouder zijn is de ene meer geïnteresseerd in een goed boek dan de andere. Je hebt dus niet alles in de hand!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Nee, in de hand heb je het nooit, maar dat is zo met alles... Interesses verschillen bij klein en groot en dat is maar goed ook! Maar lezen mag geen vervelend dwangmoment worden... lezen gaat om plezier leren hebben in lezen en genoeg 'leeszin' opwekken.

    BeantwoordenVerwijderen